Voordat de koninklijke familie er introk, was Kensington Palace Nottingham House, een relatief bescheiden herenhuis uit de Jacobijnse tijd. Willem III en Maria II kochten het in 1689 en vroegen Sir Christopher Wren vervolgens om het uit te breiden tot een volwaardige koninklijke residentie. Het paleis dat bezoekers vandaag de dag zien, staat nog steeds op de fundering van dat vroegere landhuis. Die verandering heeft de status ervan voorgoed veranderd.